De heer Slob (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Allereerst feliciteer ik collega Biskop van
harte met de maidenspeech die hij zojuist heeft uitgesproken. Ik
complimenteer hem met de inhoud daarvan. Het was een stevige tekst
die hij heeft uitgesproken. Het getuigt van enig lef als je in je
maidenspeech al kritisch de vinger durft te leggen bij het advies
van de Raad van State. Dat heeft hij gedaan, en met overtuiging.
Dat schept verwachtingen over zijn inzet bij volgende debatten. Wij
zullen hem uiteraard met belangstelling volgen. Het is altijd goed
om in het midden van de commissie voor Onderwijs mensen te hebben
die in het verleden in die sector werkzaam zijn geweest. Ik ga
ervan uit dat hij zijn ervaringen zal meenemen in de debatten die
wij de komende jaren zullen voeren. Misschien blijkt dat al direct
uit het feit dat hij reeds een amendement heeft ingediend.
Mevrouw de voorzitter. Het onderwerp dat wij vandaag bij dit
wetsvoorstel bespreken, is van grote maatschappelijke importantie.
Mijn fractie heeft er niet voor niets bij het debat over de
regeringsverklaring de vinger bij gelegd dat het onaanvaardbaar is
dat de aantallen voortijdige schoolverlaters nog steeds zo hoog
zijn en dat het ondanks de inzet in de afgelopen jaren niet is
gelukt om die aantallen substantieel omlaag te krijgen. Wij
waarderen het dat het kabinet in dat opzicht ook een hoge ambitie
heeft geformuleerd voor de komende vier jaar. Want, wij weten
allemaal dat als jongeren zonder startkwalificatie van school gaan
de kans groot is dat zij een achterstand oplopen waarvan zij hun
levenlang last kunnen houden. Dat is overigens geen automatisme.
Dat de ambitie groot is om er iets aan te doen, is dus heel goed.
Wel is enige nuancering op haar plaats. Wij weten dat ongeveer de
helft van de voortijdige schoolverlaters gewoon een baan heeft en
actief is.
Voor een deel van die jongeren geldt dat zij op een plek zitten
waar zij zich prima voelen en zich verder kunnen ontwikkelen. Ik
denk bijvoorbeeld aan jongeren die bezig zijn met vakmanschap.
Natuurlijk is het ook goed om hen (en hun werkgevers) te prikkelen
om zich te blijven ontwikkelen, zodat zij een hoger niveau kunnen
bereiken. Niet iedere voortijdige schoolverlater slentert met
z'n ziel onder z'n arm over straat. Gelukkig niet, zeg ik
er gelijk maar bij.
Ook om te proberen zo breed mogelijk dit vraagstuk aan te pakken,
heeft mijn fractie destijds vol overtuiging de motie-Verhagen
gesteund, waarmee de indiener beoogde leerwerkplicht te realiseren
voor jongeren in de leeftijd van 18 tot 23 jaar. Ook wij
constateren dat dit wetsvoorstel het voorafje is, zoals ik het maar
noem, van het wetsvoorstel waarin dat daadwerkelijk moet worden
geregeld. Wij hebben er begrip voor dat zorgvuldigheid geboden is
om dat te kunnen realiseren en om te komen met een wetsvoorstel dat
grondrechtelijk houdbaar is. Wij hebben er dus begrip voor dat dit
nog enige tijd kost. Misschien is het wel het moment om de ambitie
uit het regeerakkoord tot ophoging van de leeftijdsgrens tot 27
jaar in het wetsvoorstel mee te nemen. Wij horen graag straks of
dat gaat lukken.
Het is, zoals ik al zei, een voorafje. Ik bedoel dat niet in
negatieve zin. De motie wordt nu gedeeltelijk uitgevoerd. In het
wetsvoorstel wordt gedeeltelijk de kwalificatieplicht geregeld voor
jongeren tot 18 jaar. Dat is veel specifieker dan de huidige
partiële leerplicht en het is concreet gericht op het behalen
van een startkwalificatie. Tezamen met de verhoging van de leeftijd
wordt daarmee ook in onze ogen een cruciale fase overbrugd, want
wij zien de meeste uitvallers bij de overstap van het vmbo naar het
mbo, dus bij de 16- en 17-jarigen. Ook wij denken dat daaraan met
dit wetsvoorstel in ieder geval op papier concreet iets kan worden
gedaan. Het heeft dus onze steun.
Mijn fractie is ook blij te kunnen constateren dat de regering in
het kader van het dossier Goed bestuur ook wil verkennen of het
mogelijk en wenselijk is om scholen een zorgplicht op te leggen en
verantwoordelijk te laten zijn voor een leerling totdat deze bij
een andere instelling is ingeschreven. Kan de regering aangeven wat
de mogelijke belemmeringen kunnen zijn? Ik vraag dit omdat het op
dit moment nog niet concreet handen en voeten krijgt.
De verwachtingen rond de effecten van het wetsvoorstel zijn
hooggespannen; dat blijkt ook wel uit de nota naar aanleiding van
het verslag, waarin aantallen worden genoemd van jongeren die bij
dit beleid ook daadwerkelijk een startkwalificatie zouden krijgen.
Wij vinden het wel van groot belang dat leerplichtambtenaren ook
daadwerkelijk handhaven; collega Depla legde daar terecht de vinger
bij. Wij weten dat dit in het verleden nogal tegenviel, maar dat
had met name te maken met het feit dat de partiële leerplicht
voor de leerplichtambtenaren zeer moeilijk te hanteren is. Wij
vinden dat de aangekondigde maatregelen van de regering om de
handhaving te verbeteren, vrij algemeen blijven. Dit blijkt uit de
concrete maatregelen die worden voorgesteld in de nota naar
aanleiding van het verslag en in de memorie van toelichting. We
weten dat die allemaal geld kosten. Ik vraag de staatssecretaris om
een concrete onderbouwing. Natuurlijk staat of valt alles daarmee;
we kunnen alles op papier prachtig regelen, maar als er onvoldoende
mogelijkheden zijn om te handhaven, blijkt dit straks een lege
huls. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.
Wij zijn ook benieuwd naar de grond van de veronderstelling dat een
deel van de kosten kan worden opgevangen via besparingen die het
gebruik van het onderwijsnummer oplevert. Hiervan ook graag een
concrete onderbouwing.
Daarnaast heeft het kabinet besloten om via een toevoeging van
middelen aan de specifieke uitkering een impuls te geven aan de
leerplichtambtenaren. Zo is het kabinet verzekerd van de juiste
prioriteitsstelling. Mijn fractie constateert dat daarmee de
doelstelling om te snoeien in specifieke uitkeringen aan gemeenten
wordt omzeild. Is dit niet voorsorteren naar een regionale aanpak
van de handhaving van de Leerplichtwet conform de uitvoering van de
Wet op de jeugdzorg? Graag ook een toelichting op dit punt.
De inzet voor de handhaving van de verlengde leerplicht loopt
vooral via een regionale aanpak. Ook wordt gestreefd naar
eenloketregistratie. Nu zijn op de diverse roc's
zorgadviesteams actief. In deze teams participeert ook een
leerplichtambtenaar. Mijn fractie vraagt zich af of
één team met één leerplichtambtenaar in
zo'n grote school, met soms wel 25.000 leerlingen, voldoende
is. Is de extra inzet van het kabinet er ook op gericht om de
zorgadviesteams meer inhoud te geven, zodat bijvoorbeeld niet op
één roc, maar op elke afdeling een zorgadviesteam
aanwezig is? Graag een reactie van de staatssecretaris. Wij hebben
er veel vertrouwen in dat met name het opzetten van de
zorgadviesteams in het voortraject een belangrijk instrument is
voor preventieve actie, een speerpunt van dit kabinet.
Ik sluit mij aan bij de vragen over de huisvestingsproblematiek. Er
wordt doorverwezen naar de Voorjaarsnota 2007, maar wordt daar
concrete financiële ruimte voor vrijgemaakt? Ook kunnen we
lezen dat in de komende jaren structureel 35 mln. extra beschikbaar
wordt gemaakt voor het plaatsen van moeilijk plaatsbare jongeren.
Over welke groep hebben we het daarmee? Waar zitten de knelpunten
precies? Zijn deze sectorgebonden?
Ook wij zien dit wetsvoorstel als een goede stap in de richting van
een wat bredere aanpak van de leerwerkplicht die er zal moeten
komen voor jongeren tot 27 jaar. Voortijdig schoolverlaten is een
groot maatschappelijk probleem, maar het vraagt enige nuancering.
Dit is met name het geval voor de jongeren van wie bekend is dat de
startkwalificatie voor hen te hoog is gegrepen, maar die gelukkig
wel een plekje op de arbeidsmarkt hebben gevonden. Dit geldt ook
voor de jongeren die nooit een startkwalificatie zullen halen. Ik
denk dat het kabinet voor hen terecht een uitzondering heeft
gemaakt. Dat laat onverlet dat als het hun wel lukt om zover te
komen -- die voorbeelden zijn er gelukkig -- we hen moeten
stimuleren waar dat maar kan. Ik ben blij met de inzet op vele
scholen in die richting.
Er zijn nog veel meer maatregelen nodig om het voortijdig
schoolverlaten aan te pakken, maar die overstijgen de breedte van
dit wetsvoorstel. Ik vraag aandacht voor de jongeren die geen
startkwalificatie halen vanwege psychosociale problemen; soms is
dat een onderliggende oorzaak. Het overstijgt de competenties van
scholen om daar iets aan te doen. Het vraagt echter wel om
begeleiding. Ik vraag de staatssecretaris om te reageren op onze
suggestie om te bezien of de Wet op de jeugdzorg ook voor deze
vormen van behandeling kan worden verruimd. Wij denken met name aan
het verhogen van de leeftijdsgrens. Hiermee zou een instrument
worden gecreëerd waarmee dit grote probleem kan worden
getackeld.
Bron: ongecorrigeerd stenogram