De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met
belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel inzake wijziging
van onder meer de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
onderwijstoezicht in verband met het wegnemen van enkele knelpunten
bij leerlinggebonden financiering en het opheffen van de landelijke
commissie toezicht indicatiestelling.
De leden van de fractie van de ChristenUnie zijn verheugd dat
vooruitlopend op een bredere herziening van de zorgstructuren in
het reguliere onderwijs, op korte termijn verbeteringen worden
voorgesteld. Deze leden verwachten dat met de voorstellen voor
vereenvoudiging van de indicatie daadwerkelijk verbeteringen kunnen
worden gerealiseerd. Door het afschaffen van de LCTI, het
creëren van scherper toezicht van de Inspectie op de
coördinatie van ambulante begeleiding, de ondersteuning van de
ouders, de organisatie en onafhankelijkheid van de CvI, en het
verloop van de indicatieprocedure, kan de praktijk worden
verbeterd.
De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het daarnaast positief
dat er met dit wetsvoorstel een basis wordt gelegd om te kunnen
variëren in de indicatietermijnen binnen een onderwijssoort op
grond van leerlingkenmerken. Zo hoeven ouders van bijvoorbeeld een
kind met het Syndroom van Down niet meer dan één keer
per schoolperiode formulieren in te vullen over de gezondheid van
hun kind.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben over de concrete
vormgeving echter nog wel een aantal vragen.
Op pag. 1 en 2 van de Memorie van Toelichting worden een aantal
wijzigingen voorgesteld met betrekking tot de uitvoering van de
indicatiestelling die voor minder administratieve lasten moeten
zorgen. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen zich af
wat in de praktijk precies het verschil wordt in administratieve
lasten wanneer het gaat om het invullen van formulieren die met
voorliggende wetswijziging worden toegestaan in vergelijking tot de
formulieren die bij ministeriële regeling zijn voorgeschreven?
Kan de regering een inschatting geven van het concrete positieve
effect dat met het loslaten van het formulier bij ministeriële
regeling wordt behaald?
Het is de bedoeling dat op den duur er één
aanmeldingsformulier wordt gebruikt ten behoeve van onderwijs en
zorg. De leden van de ChristenUniefractie vragen de regering hoe
zich dit verhoudt tot de passage in het coalitieakkoord waarin
wordt gesproken over ‘het wegwerken van wachtlijsten en de
verdere vereenvoudiging van de indicatiestelling, waar mogelijk in
samenhang met de (jeugd)zorg krijgt prioriteit’. Tevens
vragen deze leden hoe zich deze uniformering verhoudt tot een
zorgvuldig gebruik van het Elektronisch Kinddossier en het
onderwijsnummer, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Is
het voorstel voor het bredere gebruik ook besproken met het Cpb? Zo
neen, waarom niet?
Met betrekking tot de aanvraag van een indicatiestelling van een
leerlinggebonden financiering hebben de leden van de fractie van de
ChristenUnie enkele vragen en opmerkingen. De leden van de fractie
van de ChristenUnie vragen de regering nader in te gaan op het
voorstel van de Raad van State waarin wordt gesteld dat een
indicatie mogelijk moet worden gemaakt door derden, zoals
bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg (pag. 2 advies Raad van State). Wat
zijn de mogelijkheden van de regering om iets te doen voor de groep
leerlingen waarvan de ouders geen indicatiestelling aanvragen, maar
waarvoor het bevoegd gezag van de school wegens het niet beschikken
over de (juiste) gegevens van de leerling geen indicatiestelling
aan kan vragen?
De leden van de ChristenUnie-fractie juichen de verruiming van de
mogelijkheid een vso- afdeling in te richten toe. Wat deze leden
betreft wordt dit nog dit schooljaar mogelijk gemaakt. Een verzoek
van het bevoegd gezag tot het inrichten van een vso-voorziening kan
al voorafgaande aan de inwerkintreding van dit onderdeel bij de
Minister van OCW worden ingediend. De leden van de
ChristenUnie-fractie vragen de regering of het daarmee mogelijk
wordt om per 1 augustus 2007 daadwerkelijk met een vso-afdeling te
beginnen? Zo neen, waarom niet? Tevens vragen deze leden in welke
mate de regering verwacht dat met dit wetsvoorstel de gaten in het
aanbod voortgezet speciaal onderwijs voor havo/vwo kunnen worden
opgelost?
De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering
nader toe te lichten of het voordeel van de school om niet langer
ieder jaar een verzoek om bekostiging voor residentiële
instellingen te hoeven indienen, opweegt tegen de mogelijke
financiële gevolgen voor de school danwel de overheid, nu de
kans groter wordt dat er bekostiging plaatsvindt van zogenaamde
‘lege plaatsen’?