De heer Slob (ChristenUnie) concludeert dat de uitvoering van de
gewichtenregeling in financiële zin goed loopt. In het
verleden vond de ChristenUnie dat gebieden buiten de Randstad die
achterstanden hadden, konden meeprofiteren van middelen om
andersoortige achterstanden dan alleen die op basis van etniciteit
op te heffen. Uit de steden kwam echter veel kritiek waarna de
financiering is uitgebreid. Geconstateerd kan worden dat de
indertijd gevonden oplossing tot tevredenheid stemt.
Omdat het etniciteitscriterium is vervallen en alleen nog de
opleidingsgegevens van de ouders tellen, is het van belang dat de
juiste gegevens worden geleverd. De indruk bestaat dat soms een
hoger opleidingsniveau wordt aangegeven waardoor de beschikbare
cijfers vertroebeld worden. Voor scholen is het moeilijk om
bijvoorbeeld diploma’s te controleren. Wil de
staatssecretaris hierop ingaan?
Het voorbeeld van het Barleusgymnasium is hét voorbeeld van
een probleemcumulatie. Is het systeem te grofmazig? Kan dit verder
worden verfijnd?
In het coalitieprogramma is afgesproken de drempel naar 3% te
verlagen. Waarom wordt voor deze verlaging zoveel tijd
uitgetrokken? Naast de gewichtenregeling is een forsere inzet nodig
om achterstanden te bestrijden. Het is belangrijk dat scholen in
staat worden gesteld om de aan hen opgedragen taken en
verantwoordelijkheden goed uit te voeren. De bewindsvrouw wil dat
het onderwijspersoneel zich primair kan concentreren op hun eerste
verantwoordelijkheid: kinderen te onderwijzen. Daar omheen is
ondersteuning nodig in de vorm van klassenassistenten en de
conciërge. Op welke wijze wil de staatssecretaris dit
oppakken?
Nadere discussie
De heer Slob (ChristenUnie) vraagt de staatssecretaris te bezien of
in 2008 een flinke stap voorwaarts in de richting van de in het
coalitieakkoord opgenomen doelstelling van 3% kan worden gezet. Hij
is er verheugd over dat nog steeds aandacht wordt besteed aan het
probleem rondom conciërges in de scholen. Wil de
staatssecretaris op dit punt op besluitvorming afkoersen? De heer
Slob doet tot slot de suggestie om de term
“achterstandenbeleid” te vervangen door
“onderwijskansenbeleid”, omdat dit woord een positieve
benadering inhoudt.
Bron; ongecorrigeerd verslag