Toen het rapport van de commissie-Davids verscheen, 11 januari, concludeerde de ChristenUnie al dat daaruit lessen te leren vielen: ,,Onder meer over de vraag welke informatie verstrekt moet worden aan het parlement, over de wijze van informatieverstrekking en over het volkenrechtelijk mandaat.'' Dat zijn ook de onderwerpen die nu in de officiële kabinetsreactie uitvoerig worden behandeld.
De ChristenUnie waardeert dat uit de kabinetsreactie een besef spreekt dat sommige dingen in het verleden beter hadden gekund en gemoeten. Die erkenning geeft aanleiding tot vertrouwen in de verbeterbereidheid van de overheid. Tegelijk gaat de kabinetsreactie, terecht, zorgvuldig om met de verantwoordelijkheden van toen en nu.
Het kabinet heeft bepaald dat militaire optredens in de toekomst slechts zullen plaatsvinden met adequaat volkenrechtelijk mandaat. Tegelijk erkent het kabinet dat situaties denkbaar zijn waarin de VN Veiligheidsraad geen overeenstemming bereikt over een resolutie, maar waarbij in de internationale gemeenschap een breed gedragen gevoelen bestaat dat militair optreden legitiem is. De ChristenUnie ziet uit naar het debat met het kabinet over de vraag wat in zulke onverhoopte situaties een volkenrechtelijk gelegitimeerde grondslag voor militair ingrijpen is. Ook over de vraag welke informatie op welke moment naar de Tweede Kamer moet worden doorgeleid, zal een debat tussen Kamer en kabinet meer duidelijkheid moeten verschaffen.